“Hoe ziet jouw baan er morgen uit?”
Interview Helma Schuldink, directeur endit
Van 14 tot en met 18 september is het de Week van de Loopbaan. Het thema: hoe ziet jouw baan er morgen uit? Volgens Helma Schuldink, directeur van endit, is dat een vraag die veel te weinig wordt gesteld.
De Week van de Loopbaan stelt de vraag: hoe ziet jouw baan er morgen uit? Waarom zou iedereen zich die vraag nu moeten stellen?
“Omdat je werk verandert terwijl je het doet. Vroeger was omscholen een besluit dat je nam: ik wil iets anders doen. Een duidelijk moment. Tegenwoordig verandert je vak onder je handen, zonder dat je ook maar iets hebt besloten. De vraag is niet meer ‘wil ik wat anders?’, maar: hoe blijf ik bij?
Banen verdwijnen zelden van de ene op de andere dag. Ze veranderen van binnenuit. Er valt een taak weg, er komt een systeem bij, een handeling wordt overgenomen. En voor je het weet doe je hetzelfde werk op een compleet andere manier, met andere vaardigheden.
Neem de akkerbouw. Na jaren testen maken onkruidrobots daar hun opmars. Zo’n robot rijdt zelfstandig over het veld en herkent met camera’s en AI alles wat er groeit. Het gewas laat hij staan, het onkruid schiet hij weg met blauwe laserstralen, op de millimeter precies.
Elk voorjaar huurde hij tot 25 seizoenarbeiders in, die met schoffels door de volle zon liepen. Nu is er nog één medewerker over, die achter de robot aan loopt voor de controle.
Die persoon heeft tegenwoordig heel ander werk: bedienen, controleren, bijsturen. Van zwaar fysiek werk naar een controleur.
En dan hebben we het alleen nog over technologie. Ook de politiek stuurt mee. Er wordt nu gericht geïnvesteerd in kennisberoepen, denk aan biotechnologie, AI en cybersecurity. Ook dat bepaalt waar de banen van morgen zitten.
Zo gaat het overal. In de zorg, in de bouw, op kantoor. Als je niet meebeweegt, word je ingehaald.”
Er verdwijnt werk, maar er ontstaat ook werk. Wat komt ervoor in de plaats?
“Kijk naar de energietransitie. Een paar jaar geleden was de warmtepompmonteur nauwelijks een beroep. Nu kunnen we ze niet aanslepen
En het gaat lang niet alleen om technologie. Zeker zo interessant zijn de maatschappelijke ontwikkelingen. Kijk naar de lijst van kansrijke beroepen die het UWV elk jaar maakt. Daar staat nu de schuldhulpverlener op. Omdat steeds meer mensen problematische schulden hebben, in een economie waarin je overal in termijnen kunt betalen.
Zo zitten er meer verrassingen in die lijst. Omdat we sinds corona massaal huisdieren hebben genomen, zijn dierenartsassistenten gewild.
En dat is precies mijn punt. De arbeidsmarkt beweegt niet alleen mee met technologie. Hij beweegt mee met hoe we leven.”
Van wie is loopbaanfitheid eigenlijk?
“Je kunt bijna beter vragen: van wie niet? Loopbaanfitheid is van de politiek, van het onderwijs, van werkgevers. Maar het is vooral van jou.
Vergelijk het met gezondheid. Over fysieke en mentale gezondheid praten we overal: thuis, op het werk, in Den Haag. We richten onze omgeving zo in dat gezond leven makkelijker wordt. Zo zou het met loopbaanfitheid ook moeten zijn.
Regelingen en ontwikkelbudgetten zijn er namelijk genoeg. Alleen: de mensen die ze het hardst nodig hebben, komen er zelden op uit. Dat is op te lossen, maar dan moeten we ze wel actief aanbieden, en er proactief naar opzoek gaan. Werk je ergens? Vraag na wat er in jouw cao of bij je werkgever aan ontwikkelbudget zit, in negen van de tien gevallen is dat meer dan je denkt. En ben je werkgever: wacht niet tot iemand er zelf om vraagt. Leg het op tafel in het gesprek dat je toch al voert.
En laten we eerlijk zijn: dit vraagstuk is niet nieuw. Vroeger vroegen we ook al: wil je écht die studie doen, wat ga je daar dan mee worden? Er zijn altijd kansrijke en minder kansrijke beroepen geweest. Wat wél nieuw is, is het tempo. Wat vandaag kansrijk is, kan over drie jaar achterhaald zijn. En dat vraagt om wendbaarheid, van het onderwijs, van werkgevers, en van onszelf.”
Hoe werk jij zelf aan je loopbaanfitheid?
“Door mezelf bewust op onbekend terrein te zetten. In mijn positie kun je makkelijk blijven doen waar je al goed in bent. Ik kies er juist voor om dossiers op te pakken die nieuw voor me zijn.
Dat komt op een mooi moment, want ik werk in een organisatie die volop in beweging is. endit is onderdeel van Colbe, dat groeit door bedrijven aan zich te verbinden. Daardoor ontmoet ik voortdurend nieuwe mensen, nieuwe manieren van werken en andere organisatieculturen. Er is geen standaardaanpak voor, dus ik leer iedere keer weer al doende. Mijn leerrendement is hoog op dit moment, en dat houdt me scherp. Die uitdaging heb ik nodig.
Maar het belangrijkste is misschien wel: samen leren. Loopbaanfitheid zit niet alleen in een cursus volgen. Het zit ook in een kennissessie met collega’s. In een goed gesprek aan de lunchtafel, waar iemand vertelt wat hij heeft ontdekt en jij denkt: dat wil ik ook proberen.Al die dingen eromheen maken je loopbaanfit.
En dan is er één voorwaarde die ik niet vaak genoeg kan benoemen: je moet je veilig voelen. Als je werkgever dwingend is, als opleidingen er buiten werktijd óók nog even bij moeten, dan is leren niet leuk meer. Dan wordt het moeten. En van moeten word je niet fit.”
Veel mensen weten niet waar ze moeten beginnen. Wat is de eerste, kleinste stap die je kunt zetten?
“Zoek iets waar je blij van wordt. Dat klinkt bijna te simpel. Dat is het niet.
Veel mensen denken meteen: dan moet ik zeker een cursus gaan volgen via het werk. Voor de meesten is dat al een enorme stap. En het voelt als moeten.
Begin ergens anders. Begin bij je ongekende talenten, de dingen die je nooit hebt gedaan, maar altijd hebt willen doen. Ik hoor het zo vaak: ik zou zo graag een keer piano leren spelen. Of een boek schrijven. Of schilderen, waarom kan ik dat eigenlijk niet?
Stel jezelf die vraag eens. Waar word ik blij van? Wat deed ik vroeger als kind waar ik helemaal in opging, en waar ik nu nooit meer aan toekom? Daar zit een speelsheid in. Durf gewoon te ontdekken.
En het mooie is: het werkt door. Wat je ook leert, je leert altijd iets wat overdraagbaar is. Pianospelen heeft een structuur die je meeneemt naar je werk. En andersom. Het staat allemaal veel minder los van elkaar dan we denken.
Dus begin niet groot. Begin klein. Bij iets waar je zin in hebt.”