Van overleven naar ontwikkelen: waarom werkend Nederland weer in beweging moet komen
Expertblog Helma Schuldink, directeur endit
Er is iets opmerkelijks aan de hand op de Nederlandse werkvloer. De arbeidsmarkt vraagt om wendbare, ontwikkelingsgerichte mensen en juist nu trekken medewerkers zich terug. Ze spreken hun ambities niet uit, stellen geen vragen bij een functie die begint te knellen en zwijgen over hun twijfels. En dat uit een begrijpelijke angst voor inkomensverlies, statusverlies en voor het stempel ‘lastig’. Zo laten zij hun loopbaan bepalen door de omstandigheden, in plaats van zelf de regie te nemen.
Dat is goed te verklaren. De werkdruk is hoog, de bezetting krap, en buiten het werk wachten vaak nog zorgtaken als mantelzorg. Er is nauwelijks ruimte om stil te staan bij de vraag waar het werk energie van geeft, of welke vaardigheden je over een paar jaar nodig hebt. Ontwikkelingen op het gebied van AI, digitalisering en automatisering volgen elkaar zo snel op dat zelfs een periode van drie jaar al ver weg voelt. We zijn zo druk met overleven, dat we niet meer toekomen aan ontwikkelen.
Stilstaan is geen neutrale keuze meer
Het probleem is dat stilstaan tegenwoordig achteruitgaan betekent. Volgens het Future of Jobs Report van het World Economic Forum veroudert tussen 2025 en 2030 zo’n 39 procent van de huidige vaardigheden. Bijna vier op de tien dingen die iemand nu beheerst, zijn straks deels achterhaald. De uitdaging zit dus in een groeiende kloof in vaardigheden die we hebben en de vaardigheden die we nodig hebben.
De vicieuze cirkel
In Nederland leeft de gedachte dat loopbaanontwikkeling vooral een verantwoordelijkheid van de werkgever is. Dat maakt medewerkers afwachtend. Zij komen pas in beweging wanneer de werkgever met initiatieven komt. En organisaties schieten vaak pas in actie bij een reorganisatie, of wanneer iemand vastloopt of uitvalt. Op dat moment is er al sprake van verminderde inzetbaarheid en mentale klachten.
De cijfers benadrukken de urgentie. Volgens het Trimbos-instituut verzuimt 37 procent van de Nederlandse medewerkers door werkdruk of werkstress; de verzuimkosten daarvan lopen op tot ongeveer 3,1 miljard euro per jaar. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: door de werkdruk ontbreekt de ruimte om vooruit te kijken, waardoor mensen pas in beeld komen als ze al vastlopen en elke uitval maakt de druk voor de rest alleen maar groter, waardoor er geen ruimte is voor ontwikkeling.
Loopbaanfitheid
De uitweg ligt in loopbaanfitheid: het vermogen om de eigen loopbaan actief vorm te geven en zich te blijven ontwikkelen. Net als fysieke fitheid is een conditie die onderhoud vraagt. En net als bij fysieke fitheid is het een gedeelde verantwoordelijkheid. Werkgevers creëren de ruimte waarin ontwikkeling vanzelfsprekend is; medewerkers nemen zelf de regie. Mensen zijn tot veel in staat, maar wie zich aan het eigen lot overgelaten voelt, raakt onzeker en haakt af.
Begin klein
Daar zit de les. Kleine, behapbare stappen. Het begint met het doorbreken van het taboe op het loopbaangesprek: praten over twijfel, ambitie en ontwikkeling wordt net zo gewoon als een functioneringsgesprek. Leidinggevenden moeten getraind om deze gesprekken te kunnen voeren. En ontwikkeling wordt ingebouwd als vast ritme: een korte check-in, een reflectiemoment, een ontwikkelgesprek vóór de problemen ontstaan in plaats van erna. Dat is niet alleen beter voor het welzijn van medewerkers. Het is ook aanzienlijk kosteneffectiever dan achteraf de schade herstellen. Want de duurste medewerker is niet degene die zich ontwikkelt. Dat is degene die stil blijft staan.